Bel ons op 040-7113026 of mail info@revitalis.nl

Medische terminologie

Blijf op de hoogte van de nieuwste innovatieve gezondheidsontwikkelingen en ontvang het cel herstel voedingsplan kado:

Medische terminologie

Verwarrend wat al die medische termen inhouden? Bekijk hier de uitleg per woord.

Acethylcholine is een neurotransmitter, die vooral betrokken is bij de impulsoverdracht van zenuwcellen naar skeletspieren. Acethylcholine is dus een stof die prikkels overbrengt. Acethylcholine zorgt dat de darmen samentrekken, sappen worden uitgescheiden, de pupillen vernauwen en ook bloedvaten wijder worden.

De term additief is afkomstig van het Latijnse addere ( = toevoegen). Een additief is een stof die bij een andere stof gevoegd wordt. Op deze manier worden de kenmerken van die stof anders. De belangrijkste additieven in voeding zijn: kleurstoffen, conserveringsmiddelen, anti-oxidanten, emulgatoren, stabilisatoren en smaakversterkers. Additieven worden bijvoorbeeld ook in brandstof gebruikt. Bij gas wordt een geurtje als additief toegevoegd, zodat we het kunnen ruiken als er een gaslek is.

Aderverkalking is een proces waarbij er zich steeds meer kalk in onze aders ophoopt. Hoewel we de termen aderverkalking of atherosclerose (de Latijnse term), beperken de ophopingen zich doorgaans niet alleen tot kalk. Vaak zit er in deze ophopingen ook cholesterol, gifstoffen, dode witte bloedcellen etc. Het belangrijkste fenomeen bij aderverkalking is, dat gaatjes in de aderwanden gevuld moeten worden om de aders te beschermen. Hierdoor ontstaan klonters die we plaques noemen. Bij veel plaques spreken we van aderverkalking.

Onderhuids vetweefsel is de belangrijkste energieopslagplaats van het lichaam. Ons lichaam kan vet ophopen en opslaan (lipogenese), of omgekeerd, vet vrijgeven aan het lichaam (lipolyse), al naar gelang de energiebehoefte van het lichaam. Vetweefsel bestaat uit uitrekbare, bolvormige cellen: de adipocyten. Hun volume kan toenemen tot wel 30 keer hun oorspronkelijke formaat! Ze zijn gegroepeerd in vetophopingen, die zijn gevangen in een netwerk van verbindingswandjes, waar bloedvaten, lymfevaten en zenuwvezels doorheen lopen. Het adipose weefsel wordt ook wel het “slechte vet” genoemd.

De naam adrenaline is afkomstig van het Griekse ad- ( = bij), ren ( = nier) en line ( = een type scheikundige stof). Adrenaline wordt ook wel epiferine genoemd. Als het lichaam zich in bedreigende omstandigheden bevindt, komt adrenaline in grote hoeveelheden vrij. Deze stress gaat samen met angst en woede. Ook koude, hitte, honger, dorst, pijn en fysieke inspanning kunnen de adrenalineproductie verhogen. De adrenalineproductie komt op gang als de balans van het lichaam verstoord wordt of verstoord dreigt te worden. Het vrijkomen van enorme hoeveelheden adrenaline is een onderdeel van ons overlevingsmechanisme. Het verhoogt daarmee onze kans op overleven. De effecten van het vrijkomen van adrenaline zijn:

  • De ademhaling en hartslag wordt sneller vanwege een versnelde bloed- en zuurstofbevoorrading. Vluchten, vechten of bevriezen wordt eenvoudiger.
  • Glucose wordt vrijgemaakt. Ook dit is nodig voor het vechten, vluchten of de bevriezen reactie. Hiermee wordt de opslag van energie in de spieren en het vetweefsel tijdelijk gestopt.
  • De bloeddruk stijgt doordat adrenaline de vaten doet vernauwen.
  • De bloedtoevoer naar de darmen wordt verminderd, omdat de spijsvertering geen acute prioriteit heeft.
  • De pupillen vergroten voor een beter zicht.
  • De alertheid wordt verhoogd en de concentratie verbeterd.
  • De tijd voor bloedstolling verminderd voor het geval er verwondingen optreden.
  • Zweten van de handpalmen.
  • Het geheugen verbetert. De herinnering aan de bedreigende situatie wordt beter opgeslagen om deze voortaan sneller te herkennen.

Albumine is een belangrijk eiwitmolecuul in ons bloed. Het is verantwoordelijk voor de juiste druk omdat albumine een wateraanzuigende werking heeft. Doordat albumine water aanzuigt, wordt de juiste druk verkregen. Meer water betekent meer bloed, en meer bloed in de vaten betekent een hogere bloeddruk. Albumine is ook verantwoordelijk voor transport van lichaamseigen en lichaamsvreemde stoffen in de bloedbaan. Van alle stoffen in de bloedbaan is albumine het meest vertegenwoordigd. Het is daarom een relatief belangrijke stof.

Aldosteron is een hormoon dat geproduceerd wordt door de bijnieren. Aldosteron heeft een functie in het stabiel houden van onze bloeddruk. Ook het zoutgehalte (natriumchloride) wordt gereguleerd dankzij aldosteron.

Alfa-liponzuur is een belangrijke stof in het lichaam. Het bevindt zich in de mitochondriën van de cellen. Het is een anti-oxidant met hele bijzondere kwaliteiten. Alfa-liponzuur is in water oplosbaar en in vet. Het kan preventief en therapeutisch werken tegen diabetes type 1 en type 2. Het is helpend bij neuropathische pijnen en bij pijn die veroorzaakt wordt door oxidatieve stress in het zenuwstelsel. Omdat alfa-liponzuur de bloed-hersen-barrière kan overschrijden, is het ook belangrijk tegen degeneratieve neurologische aandoeningen en aandoeningen van het zenuwstelsel.

De alvleesklier of pancreas is een orgaan dat zich in de buikholte bevindt. Het woord pancreas komt van het Grieks pan ( = alles) en kreas ( = vlees). De alvleesklier zit verstopt achter de maag en de twaalfvingerige darm. Ze staat achterlangs ook in contact met de linker nier en bijnier. De klier zit zo goed verstopt dat ze moeilijke te onderzoeken is door artsen. Het orgaan scheidt diverse hormonen. Sommige hormonen zijn nodig voor onze spijsvertering en andere hormonen hebben hun dienst in de vertering van koolhydraten.

Amalgaam is een legering van kwik en andere metalen. Het wordt vaak gebruikt in tandvullingen. Omdat er echter veel kritiek op is en amalgaam kwikvergiftiging kan veroorzaken, wordt steeds vaker naar alternatieven gezocht.

Het woord amfetamine is ontleend aan het Engels. Het is een verkorting van a(lpha) m(ethyl) ph(enyl) et(yl) en amine. Het woord amine is afgeleid van ammonia (van ammoniak) met het achtervoegsel –ine (een aanduiding voor een scheikundige stof). Amfetamines zijn synthetische drugs of medicijnen. Amfetamines verminderen de eetlust en de behoefte naar vocht en water. Vroeger werden amfetamines daarom als afslankmiddel gebruikt. Het gebruik van amfetamines is verslavend. Het kan leiden tot ernstige lichamelijke en fysieke problemen, zoals hart- en leverfalen. Men kan ook psychische klachten krijgen van amfetamines zoals angststoornissen en paranoïde wanen. Speed is een veelvoorkomende amfetamine.

Er bestaan wel 80 verschillende soorten aminozuren. Aminozuren zijn eiwitten. Mensen hebben wel 20 verschillende soorten in hun lichaam zitten. Deze noemen we de fundamentele aminozuren. Aminozuren worden in de spijsvertering door middel van enzymen uit de eiwitten in de voeding vrijgemaakt. Het menselijk lichaam is in staat om uit deze bouwsteentjes, weer haar eigen soorten eiwitten op te bouwen. Sommige aminozuren maakt de mens zelf aan, andere moeten uit eten gehaald worden.

De term amygdala is afkomstig van het Griekse amygdale ( = amandelvormig). De amygdala is een kleine ovale massa lymfatisch weefsel aan weerszijde in de keel.

Het woord aneurysma is afkomstig van het Griekse aneurunein ( = verbreding). Een aneurysma is een verwijding van de vaten. Het kan zich in de slagader of in de ader voordoen. Vaak komt een aneurysma voor in de aorta. Aneurysmas komen ook voor in de hersenen. Als een aneurysma scheurt kan dit hele schadelijke tot dodelijke gevolgen hebben. Als het aneurysma van de aorta breekt, is dit dodelijk.

Anti-aging ( = het ouder worden tegengaan) therapieën zijn therapieën, die het proces van veroudering van het lichaam vertragen of zelfs omkeren. Belangrijk bij anti-aging zijn vitamine c infusen en chelatietherapie.

Het woord antibacterieel is afkomstig van het Griekse anti- ( = tegen) en bakterion ( = stok, staafje). Iets dat een antibacteriële werking heeft, bestrijdt of doodt bacteriën.

Het woord antifungicide is afkomstig van het Griekse anti- ( = tegen) en fungicide ( = schimmels). Iets dat een antifungicide werking heeft, bestrijdt of doodt schimmels.

Anti-oxidanten kunnen vrije radicalen neutraliseren. Ze reageren met vrije radicalen en maken deze zo onschadelijk. De houdbaarheid van producten wordt verlengd door anti-oxidanten. Ook worden ze tegenwoordig toegevoegd aan voeding. Dankzij ons dieet vol aan toxische stoffen en dankzij de overvloedige overvoering met stress, hebben veel mensen te kort aan anti-oxidanten in hun lichaam. We moeten dit dan ook aanvullen vanuit onze voeding.

Het woord antiviraal is afkomstig van het Griekse anti- ( = tegen) en het Griekse virus ( = ziekteverwekker). Een antiviraal middel is werkzaam tegen virussen.

Het woord aorta is afkomstig van het Griekse aeirein ( = verbinden). De aorta is de grote lichaamsslagader, die van het hart via de wervelkolom de buik inloopt. De aorta heeft een doorsnede van ongeveer 2 tot 3 centimeter. Per minuut heeft deze zo’n 5 liter bloed te verwerken.

De term apoptose is afkomstig van het Griekse apoptosis ( = verdwijnen, wegvallen, vervallen). Apoptose is het proces van geprogrammeerde celdoding in tegenstelling tot het proces van niet geprogrammeerde plotse celdoding. Dit noemen we necrose. Necrose kan ontstekingsreacties ontlokken aan het lichaam, terwijl dit niet het geval is bij apoptose.

Aritmie is afkomstig van het Griekse a- ( = niet, of ontkenning) en ruthmos ( = ritme). Het betekent dus niet-ritmisch. Aritmie is een hartritmestoornis waarbij het hart niet regelmatig klopt.

Aromatase is een enzyme dat verantwoordelijk is voor de productie van oestrogeen. Uit testosteron kan oestrogeen aangemaakt worden door middel van dit enzyme. Mannen die te veel oestrogeen aanmaken uit testosteron worden vaak met een aromatase-verhinderend medicijn behandeld. Het aromatase enzyme kan op allerlei plekken in het lichaam teruggevonden worden. Het draagt een belangrijke rol in onze seksuele ontwikkeling. Hoe zwaarder we zijn hoe actiever aromatase wordt. Bij overgewicht door oestrogeen overschotten ontstaat dus een vicieuze cirkel. Het teveel aan oestrogeen veroorzaakt vetophopingen (m.n. op de onderbuik), en de vetophopingen veroorzaken de hogere activiteit van aromatase, wat weer zorgt voor meer oestrogeen.

Het woord arterieel is afkomstig van het Latijnse arteria ( = slagader). Arteriële aandoeningen is de benaming die we gebruiken voor alle aandoeningen die met onze slagaders te maken hebben.

Artritis is afkomstig van het Griekse arthron ( = lid) en –itis (achtervoegsel voor ontstekingen). Artritis is een ontsteking van de gewrichten. Deze kan veroorzaakt worden door reumatische aandoeningen (reumatische artritis), door verwondingen of door infecties (septische artritis). Artritis is niet hetzelfde als artrose.

Bij artrose krijgt men pijnlijke gewrichten, die veroorzaakt worden door slijtage. Bij artrose komen de ontstekingen door deze slijtage.

ATP staat voor adenosine trifosfaat. Deze stof komt voor in alle cellen van het lichaam. ATP vormt in ons lichaam de gebruiksklare energievoorraad. Bij elke beweging die we maken wordt ATP verbruikt. Bij elke functie van bijvoorbeeld de organen wordt ook weer energie verbruikt, die uit ATP afkomstig is. Zelfs de energie voor ons denken zit in ATP. ATP wordt geproduceerd in de mitochondriën van onze cellen.

Het woord aura komt van het Griekse aura ( = van de lucht, luchtstroom of luchtomhulsel). Aura is een term die gebruikt wordt om het geheel aan symptomen aan te duiden, die zich voordoen bij het begin van een epilepsie- of migraine aanval. Patiënten hebben vaak visuele symptomen, zoals flikkeringen, het zien van lijnen of puntjes, uitval van het zicht etc. Vaak treden bij een aura ook gevoelsmatige symptomen op, zoals gevoelloosheid of prikkelingen. Spraakstoornissen komen in de aurafase bij ongeveer 20% van de mensen voor. Tot slot omvat de aurafase ook nog motorische uitvalsverschijnselen en bijvoorbeeld visuele of akoestische hallucinaties, déjà vues en stemmingsveranderingen zoals plotse depressie, boosheid of euforie.

Het woord autohemotherapie is afkomstig van het Griekse auto ( = zelf), haima ( = bloed) en therapeia ( = genezing). Bij autohemotherapie wordt bloed afgetapt van de patiënt. Dit wordt dan vermengd met andere stoffen, en zo terug ingespoten in de aders van de patiënt.

Het autonome zenuwstelsel is dat deel van het zenuwstelsel dat een groot aantal onbewuste functies reguleert. Het regelt vooral de werking van inwendige organen, zoals de ademhaling, de spijsvertering, het verwijden en vernauwen van de bloedvaten en het draagt ook bij aan de regeling van de hartslag.

Het woord anamnese is afkomstig van het Latijnse anamnesis ( = herinnering). Een familieanamnese is een omvattende geschiedenis van alle aandoeningen en ziekten die voor zijn gekomen en komen in een ziekte. Een belastende familieanamnese wil zeggen, dat men in een bepaalde familie vatbaar blijkt te zijn voor bepaalde ziektes of dat men erfelijk belast is.

Een beroerte vindt plaats in de hersenen en is vergelijkbaar met een hartaanval. In medische termen heet een beroerte, een cerebrovasculair accident. Deze term is afkomstig van het Latijnse cerebro ( = hersenen) vascularius ( = van de vaten) en accidens ( = ongeluk). Er zijn twee soorten beroertes, nl. herseninfarcten en hersenbloedingen.

Clusterhoofdpijn werd oorspronkelijk Horton’s hoofdpijn of de Zenuwpijn van Horton genoemd. De Amerikaanse wetenschapper B.T. Horton was in 1939 de eerste die een theorie uiteenzette over de mogelijke oorzaken van dit soort hoofdpijnen.

Biofilmen zijn laagjes van micro-organismen die zich vormen omheen bijvoorbeeld een verzameling bacteriën. Hierdoor zijn deze bacteriën beter beschermd tegen antibiotica of probiotica. Je zou biofilm kunnen zien als het vel dat zich vormt op pudding na het koken.

Het woord biopsie is afkomstig van het Griekse bios ( = leven) en skopein ( = bekijken). Biopsie duidt op weefselverwijdering uit het lichaam, om dit buiten het lichaam te kunnen onderzoeken.

Biotoxische ziekten zijn ziekten die veroorzaakt worden door biotoxische stoffen zoals schimmels, kwik, lood, bacteriën en allerlei andere gifstoffen uit het milieu en uit voeding.

De bijnieren zijn kleine orgaantjes, die als kapjes op de nieren liggen. De bijnierschors is de buitenste laag van deze orgaantjes. Deze laag produceert o.a. de hormonen cortisol, aldosteron (een hormoon dat indirect de bloeddruk reguleert), testosteron en oestrogeen.

Onder invloed van langdurige stress kunnen de bijnieren uitgeput geraken. Zij zijn dan niet meer in staat om op een adequate manier hormonen zoals cortisol te produceren. Ze zijn verder ook verantwoordelijk voor taken in onze energieproductie, de vochtbalans van ons lichaam, bij de hartslag, de glucosespiegel en in onze vetopslag. De bijnieren bepalen ook hoe we omgaan met stress.

De bijschildklieren zijn kleine kliertjes ter grootte van een erwt. Ze bevinden zich aan weerszijden van de schildklier aan de boven en onderkant. Het zijn er in totaal dus vier. Sommige mensen hebben een ander aantal bijschildklieren. Afgezien van de plek hebben ze verder weinig te maken met de schildklier.

Aritmie is afkomstig van het Griekse a- ( = niet, of ontkenning) en ruthmos ( = ritme). Het betekent dus niet-ritmisch. Aritmie is een hartritmestoornis waarbij het hart niet regelmatig klopt. Bij bradycardie gaat het hart te traag.

Butyraten zijn zouten en esters van boterzuur. Ze worden veel gebruikt als geur- en smaakstoffen in voeding. Butyraten hebben een ontstekingsremmende werking en een beschermend effect op ons spijsverteringssysteem.

Risicofactoren op het vlak van hart- en vaatziekten.

Het Carpale Tunnelsyndroom is een beknelling van de middelste zenuw (de nervus medianus) bij de pols. De zenuw verloopt van de onderarm naar de handpalm via een tunneltje. Door die tunnel lopen ook de buigpezen van de vingers. Een beknelling kan ontstaan door zwelling van het bindweefsel waardoor de druk toeneemt. Het is de meest voorkomende vorm van perifere zenuwbeklemming.

Catbolische hormonen zijn betrokken bij de stofwisseling in onze cellen. In dit proces worden grote moleculen afgebroken tot kleine moleculen. Bij deze reactie komt energie vrij.

Catecholamines zijn hormonen die worden uitgescheiden door de bijnieren. Dopamine en noradrenaline (norepineferine) zijn catecholamines, die werken als neurotransmitters in het centrale zenuwstelsel en als hormonen in de bloedsomloop.

Het celmembraan is de wand van de cel. Deze wand is opgebouwd uit een dubbele vetlaag. We noemen dit ook wel een fosfolipidenlaag. Deze twee laagjes bevatten naast vetten ook eiwitten. Deze eiwitten dienen als brievenbusjes oftewel receptoren. Via deze eiwitten is de cel in staat om stoffen in zich op te nemen. De celmembranen spelen een rol in allerlei processen.

Cellulaire ontstekingen zijn ontstekingen op celniveau. Cellulaire ontstekingen zijn de oorzaak van de epidemie van chronische ziekten en hormonale disbalansen vandaag de dag. Ontstekingen beïnvloeden de manier hoe cellen met elkaar communiceren, de ontgifting en de expressie van goede of slechte genen. Dit kan vervolgens lijden leiden tot ziekten als gevolg van genetische zwakte, zoals MCS (Multiple Chemical Sensitivity).

Choleocystokinine ofwel CCK is een hormoon en een neurotransmitter. Het bestaat uit aminozuren. Het wordt afgegeven in de twaalfvingerige darm en het jejenum. CCK werkt in op de alvleesklier die daardoor enzymen afscheidt die zorgen voor de vertering van voedsel. CCK werkt ook in op de galblaas die gal afscheidt, wat zorgt voor de vertering van vetten. CCK zorgt ook voor een verzadigingssignaal naar de hersenen als er voldoende voedingsstoffen en vetten zijn opgenomen. CCK zorgt zo dus voor het stoppen van het hongergevoel. Men vermoed dat het ook een rol speelt bij verslavingen aan opiaten zoals alcohol en heroïne e.d.

Het woord cholesterol is afkomstig van het Griekse chole ( = gal) en stereo ( = vast). Cholesterol is een vetachtige stof. Cholesterol is een belangrijke bouwsteen voor celmembranen. Het werkt celverstevigend en -beschermend. Cholesterol draagt ook bij aan de doorgankelijkheid van celwanden.

Het woord choline is afkomstig van het Griekse chole ( = gal). Het is een stof die in 1849 voor het eerst werd ontdekt. De stof komt voor in voeding en kan ook worden aangemaakt in ons lichaam. Choline speelt een belangrijke rol in de vorming van celmembranen en dient een functie in de overdracht van signalen in het zenuwstelsel. Choline is daarom een belangrijke stof voor de hersenen.

De naam chromosoom is in 1888 bedacht door de Duitse wetenschapper Heinrich Waldeyer. De term is afkomstig van het Griekse kroma- (= kleur) en soma (= lichaam). De term kleur werd door hem gebruikt, omdat chromosomen in onderzoek zichtbaar worden door kleur. Chromosomen zijn staafachtige onderdeeltjes in de kern van lichaamscellen, die de dragers zijn van erfelijke eigenschappen. Een chromosoom bestaat meestal uit twee DNA-moleculen, die op een zeer complexe manier gevouwen en gedraaid zijn. Dit noemen we een helix-structuur en ziet er uit als een spiraalsgewijze wenteltrap.

Stress is eigenlijk gewoon spanning. Iedereen heeft een beetje spanning nodig om te kunnen functioneren in het leven. Die spanning zorgt voor enige alertheid en paraatheid tot actie. Als er te veel of te langdurige stress aanwezig is, kan dit echter leiden tot klachten. Stress wordt dan chronische stress. Deze klachten reiken van een pijntje in de rug, tot ernstige fysiologische aandoeningen. Stress is een van de belangrijkste oorzaken van chronische ziekten in ons lichaam. Stress kan bestaan uit emotionele spanning, maar ook gifstoffen uit het milieu en uit voeding zijn een belangrijke bron van stress voor ons lichaam. Deze emotionele en fysiologische druk kan vernietigend zijn voor ons metabolisme.

Het woord collageen is afkomstig van het Griekse woord kolla- (= lijm) en geno- (= leven gevend). Collageen is een lijmvormend eiwit, dat een heel belangrijk onderdeel is van het bindweefsel in het lichaam van mensen en dieren. Er zijn meer dan 25 soorten collageen. Huid, botten, pezen, kraakbeen en tanden bestaan grotendeels uit collageen. Maar collageen is belangrijk voor al onze cellen. Al onze cellen hebben collageen nodig om te kunnen bestaan. Collageen is eigenlijk dus het lijm tussen de bouwsteentjes waaruit onze cellen zijn opgebouwd.

Het woord colonoscopie is afkomstig van het Griekse colono ( = darm) en skopein ( = bekijken). Een colonoscopie is dus een inwendig onderzoek van de dikke darm.

Bij een hoge bloeddruk, bij aderverkalking of verstopte aders wordt de aanvoer van het bloed aan het hart verstoord. De belasting van het hart neemt dan toe, en het hart komt onder druk te staan. Als het hart slecht gaat functioneren door deze zware belasting, kan het hart vergroten. Het hart slaagt er dan niet meer in om al het aangeleverde bloed rond te pompen. De druk in het hart loopt dan op waardoor vochtophopingen ontstaan in het lichaam. Dit proces kan steeds erger worden. Men kan kortademig worden, de benen zwellen op en ook in de longen kan zich vocht ophopen. Als dit proces zich vaker voordoet, noemen we dit congestief hartfalen.

In de conventionele hormoontherapie worden hormonen gebruikt van paarden of synthetische hormonen. Omdat deze hormonen niet identiek zijn aan onze eigen hormonen, creëren ze storingen in ons hormonale systeem. Hierdoor kunnen de meest ernstige aandoeningen ontstaan op de lange termijn.

Cortisol is een hormoon dat gemaakt wordt in de bijnierschors. Cortisol wordt geproduceerd uit cholesterol. Cortisol werkt ontstekingsremmend en speelt een rol in de vertering van voedsel, bij ons slaap waak-ritme en in ons afweersysteem. Omdat koffie de cortisol productie verhoogd, is koffie een middel dat ons ’s nachts wakker kan houden. Cortisol komt vrij bij elke vorm van stress, zowel bij fysiologische als bij psychologische stress.

Cortisonen als geneesmiddel zijn varianten van de lichaamseigen hormonen die door de bijnierschors gemaakt worden. Cortisonen versterken de werking van ontstekingsremmers. Ze onderdrukken verder het immuunsysteem en worden gebruikt bij ziektes als reuma, artritis en huidaandoeningen. Bijwerkingen van cortisonen als medicijn, zijn botontkalking, maagproblemen en de afname van spiermassa.

Een co-enzym is een heel klein organisch molecule. Co- is afkomstig uit het Latijn en betekent erbij of met. Dit wil zeggen dat co-enzymen horen bij of komen met enzymen. Ze zijn nodig om de enzymen hun functie te laten vervullen. Veel vitamines hebben een werking als co-enzymen. Zonder dit co-enzyme kunnen bepaalde reacties niet plaatsvinden in het lichaam.

Craving betekent letterlijk hunkeren. Craving staat voor het extreem trek hebben in iets. Denk hierbij aan verdovende middelen, eten of alcohol. Craving is het gevoel wat iemand heeft als hij wil roken, maar geen sigaretten bij de hand heeft. Craving betekent dus een extreme behoefte. Bij mensen die niet kunnen afvallen, omdat hun lichaam niet meer in staat is het hongergevoel te stoppen, kan ook craving ontstaan.

Het woord receptor is afkomstig van het Latijn receptor (= opnemer, ontvanger). Alle cellen in ons lichaam hebben verschillende receptoren op de buitenkant van de celwand. Deze receptoren zorgen dat stofjes van buiten uit naar binnen kunnen. Je zou deze receptoren kunnen zien als een brievenbusje in de deur, of zelfs als een katten- of hondenluikje. De receptoren zorgen ervoor dat er van alles in en uit die cel kan. Allerlei verschillende stoffen hebben hun eigen soorten receptoren. Dit werkt als een puzzeltje. De receptoren hebben de vorm van de stofjes waarvoor ze dienen. Als de vormpjes kloppend zijn, neemt de receptor het stofje op in de cel. Receptoren kunnen ook stuk gaan, of zelfs verdwijnen als ze overbelast geraken. De stofjes kunnen dan de cellen niet meer in, en er lopen dan allerlei processen mis in ons lichaam.

Het centrale zenuwstelsel bestaat uit de hersenen en ons ruggenmerg. Het is het deel van het zenuwstelsel dat een benig omhulsel heeft. Het is opgebouwd uit zenuwcellen en gliacellen.

CRP is het C-reactief eiwit. Als we ontstekingen hebben in ons lichaam, neemt dit eiwit ineens enorm toe. Door dit eiwit te meten in het bloed, kunnen we goed achterhalen of iemand ontstekingen heeft ergens in het lichaam.

Cytokines zijn proteïnes die ontstekingscyclussen kunnen aanwakkeren. Cytokines spelen daarnaast ook een rol in de immuun afweer. Er bestaan heel veel verschillende soorten cytokines die door verschillende soorten cellen worden geproduceerd. De verschillende cytokines werken ook in op verschillende soorten cellen.

Deep Brain Stimulation noemen we in het Nederlands diepe hersenstimulatie. Het is een vorm van beïnvloeding van de hersenen en is wat men noemt een neurochirurgische behandeling. Bij deze behandeling worden elektroden in bepaalde hersengedeeltes ingebracht die dat deel van de hersenen stilleggen of beïnvloeden. De bijwerkingen van DBS kunnen ernstig zijn (gokverslavingen, seksverslavingen, depressies e.d.)

Depressie is een woord dat we gebruiken voor een stemmingsstoornis. De stoornis kenmerkt zich door een verlies aan levenslust en door ernstige neerslachtigheid. Tegenwoordig wordt de term in ons dagelijkse taalgebruik ook voor andere dingen gebruikt, zoals wanneer we een dipje hebben of niet lekker in ons vel zitten. Niet iedereen die een depressieve, sombere of verdrietige stemming heeft is depressief. Een depressie gaat gepaard met de volgende maar niet per sé alle kenmerken:

  • Gedeprimeerde stemming tijdens het grootste deel van de dag
  • Dalende belangstelling in activiteiten
  • De eetlust veranderd en het gewicht neemt toe of daalt
  • Slapeloosheid of meer slapen dan normaal
  • Het activiteitenniveau veranderd. Men is rusteloos of langzamer dan normaal
  • Vermoeidheid en energieverlies
  • Met concentreert zich minder goed en neemt minder gemakkelijk besluiten
  • Gevoelens van schuld, hulpeloosheid, bezorgdheid en angst
  • Suïcidaliteit en suïcidale gedachtes

Dementie is een aandoening waarbij de verstandelijke vermogens van mensen wordt aangetast. Denk hierbij aan het geheugen, de stemming en het gedrag. Geheugenverlies is de belangrijkste bekende factor van dementie.

Dehydroepiandrosteron of DHEA is een hormoon dat in de bijnieren, de geslachtsklieren, het vetweefsel en de huid wordt aangemaakt. Het wordt aangemaakt uit cholesterol. DHEA wordt ook wel een anti-stresshormoon genoemd omdat het een positieve werking heeft op het humeur en bij depressiviteit. DHEA neemt af na het 30e levensjaar. Uit onderzoek blijkt dat het aanvullen van DHEA het immuunsysteem versterkt en osteoporose tegengaat.

De bloeddruk is de druk van het vloeistof in onze aderen. De diastolische druk wordt ook wel de onderdruk genoemd. De term diastolisch is afkomstig van het Griekse diastellein ( = uitzetten, verslappen). De diastolische bloeddruk is de bloeddruk die gemeten wordt in de aorta, tussen twee samentrekkingen van het hart in. Samen met de systolische bloeddruk geeft de diastolische bloeddruk een beeld van de gemiddelde druk op onze aderen.

DNA is de afkorting voor deoxyribonucleïnezuur (Engels: Desoxiribo Nucleic Acid). Het DNA is de drager van erfelijke informatie in de meeste levende wezens. Het wordt opgebouwd uit twee strengen, die samengevouwen zijn in een helix-structuur. Dit ziet er uit als een spiraalsgewijze wenteltrap. DNA-moleculen zijn de bouwstenen van onze chromosomen.

Een EMG is een ElektroMyoGram. Bij een ElektroMyoGram wordt de functie van de zenuwen en de spieren gemeten. Er worden hiervoor plakkers op uw lichaam geplakt die elektrische signalen door uw lichaam sturen.

Emotioneel eten is een eetstoornis en een psychische aandoening. Bij emotioneel eten is er een afwijking van het normale eetgedrag behorend bij de leeftijd, het geslacht en dergelijke. Het probleem kan zijn dat iemand te weinig eet, of juist te veel eet en eetbuien heeft. Als de persoon lijdt aan overeten, ontstaat het risico tot obesitas. In onze kliniek zijn wij van mening, dat niet alle emotionele eters werkelijk lijden aan een psychische aandoening. In vele gevallen heeft het vele of weinige eten immers te maken met fysiologische defecten in het lichaam, zoals schildklierproblemen, een leptine of een adiponectine resistentie.

Het endocriene systeem is ons hormoonstelsel. Het bestaat uit een aantal klieren en deze klieren scheiden hormonen uit. De afscheidingsproducten van die klieren worden door het bloed opgenomen of in de weefselvloeistoffen.

De endocriene hormonale klieren zijn: de bijschildklieren, de bijnieren, de nieren, de epifyse, de hypofyse, de hypothalamus, de schildklier, de thymus en de eilandjes van Langerhans.

Endorfines zijn stoffen met pijnstillende eigenschappen. Ze dienen ook als neurotransmitters. Dit wil zeggen dat ze boodschappen kunnen doorgeven in het lichaam. Endorfines worden gemaakt in de hypofyse en in de hypothalamus. Endorfines worden gemaakt in ons lichaam tijdens lichamelijke inspanning, tijdens opwinding, bij pijn, als we scherp voedsel eten, als we liefde ervaren of een orgasme beleven. Ook mediteren zorgt voor meer endorfines. Ze veroorzaken naast pijnstilling ook een gevoel van welbevinden geluk.

Het woord receptor is afkomstig van het Latijnse woord receptor (= opnemer, ontvanger). Alle cellen in ons lichaam hebben verschillende receptoren op de buitenkant van de celwand. Deze receptoren zorgen dat stofjes van buiten uit naar binnen kunnen. Je zou deze receptoren kunnen zien als een brievenbusje in de deur, of zelfs als een katten- of hondenluikje. De receptoren zorgen ervoor dat er van alles in en uit die cel kan. Allerlei verschillende stoffen hebben zo hun eigen soorten receptoren. Dit werkt als een puzzeltje. De receptoren hebben de vorm van de stofjes waarvoor ze dienen. Als de vormpjes kloppend zijn, neemt de receptor het stofje op in de cel. Endorfine-receptoren zijn die speciale brievenbusjes die bedoeld zijn om endorfines in de cellen te kunnen laten.

Als de endorfine receptoren op cellen overbelast worden gaan ze stuk of verdwijnen zelfs. De endorfines kunnen dan de cellen niet meer in, en er lopen allerlei processen mis in ons lichaam. We spreken dan van een endorfine resistentie. Depressiviteit, vermoeidheid en slecht slapen zijn typische kenmerken van een endorfine resistentie.

Het woord endoscopie is afkomstig van het Griekse endo- ( = binnenin) en skopein ( = bekijken). Het is dus een medisch onderzoek van de inwendige kanalen en lichaamsholtes. Een endoscopie beperkt zich dus niet tot een onderzoek van de dikke darm zoals de colonoscopie.

Het woord enzyme is afkomstig van het Griekse woord in (= energie) en het Grikse woord zume (= gist). Een enzyme is een soort eiwit. Dit eiwit werkt als een versneller omdat het zorgt voor een bepaalde chemische reactie in of buiten een cel. Het enzyme maakt de reactie dus mogelijk of versnelt deze net als dat gist dat doet. Het bijzondere aan enzymen is, dat ze een reactie versnellen of mogelijk maken, maar hierbij zelf niet van samenstelling veranderen. Nadat de reactie heeft plaatsgevonden, hervindt het enzyme haar oude vorm en kan het weer een nieuwe reactie veroorzaken. Stoffen in het lichaam hebben hun eigen soort enzyme nodig om mee te kunnen reageren. Denk bijvoorbeeld aan spijsverteringsenzymen voor melk, voor suiker, voor gluten, etc.

De epifyse is de pijnappelklier. Dit is een endocriene klier in de hersenen. Het heeft zich als orgaan ontwikkeld uit het derde oog bij de hogere gewervelde dieren (zoogdieren zoals de mens). Dit derde oog wordt ook wel kruinoog genoemd. Het is en was in de eerste plaats een lichtgevoelig orgaan. Om voldoende melatonine aan te kunnen maken heeft de mens voldoende licht nodig. Bij kunstlicht verlaagd de melatonine-productie automatisch.

De epigenetica is een vakgebied binnen de genetica. Het houdt zich bezig met omkeerbare erfelijke veranderingen in de genfunctie. Deze veranderingen doen zich voor binnen een context. Epigenetische factoren kunnen beïnvloedt worden door het leven in een schoon dan wel een vervuild milieu. Een epigenetische aanleg voor een bepaalde aandoening kan slapend blijven in een gezond milieu of actief worden in een ongezond milieu. Een goede zorg voor ons interne milieu (de interne gezondheid) en voor ons externe milieu (onze leefomgeving) bepaalt zo de mate waarin epigenetische aandoeningen voorkomen.

Exorfines zijn morfine-achtige stofjes die in voeding en medicijnen terug te vinden zijn. Denk hierbij aan zuivel, soja en spinazie. Exorfines lijken op endorfines, maar zijn afkomstig van buiten het lichaam. In de darmen worden exorfines afgebroken door het enzyme DPP-IV. Niet iedereen heeft dit enzyme beschikbaar. Mensen die dit enzyme niet of niet goed aanmaken, kunnen daardoor problemen krijgen door exorfines.

Ferritine is een eiwit dat ervoor zorgt dat ijzer zich kan binden als het opgeslagen wordt in de lever en in het beenmerg. Ijzer kan zonder ferritine niet opgeslagen worden in het lichaam.

Fibrinogeen zorgt voor de stolling van het bloed. Fibrinogeen wordt in de lever aangemaakt. Verlaagde fibrinogeengehaltes komen voor bij leverziektes, bij interne en externe bloedingen, bij stolling in de bloedvaten en ook als men stolselverwijderende medicatie gebruikt.

Het woord fosfolipide is afkomstig van het Griekse woord fosfor ( = fosfaat) en lipos ( = vet, olie). Een fosfolipide is dus een fosfaat bevattende vetachtige stof. Fosfolipiden zijn structurele vetstoffen. Dat wil zeggen dat het bouwelementen zijn van cellen. Ze zitten in de membranen van de cellen. Dit zijn de celwanden. Elk membraan bestaat uit een dubbele laag fosfolipiden. Er bestaan vier soorten fosfolipiden in de celwanden.

Fytonutriënten zijn bioactieve stoffen die in planten zitten, zoals vitamines en mineralen. Er zijn allerlei andere fytonutriënten die heel gezond zijn voor mensen, maar niet meer goed in ons voedingspakket zitten omdat we steeds minder natuurlijke producten eten.

Gal is een groengele en soms zelfs zwarte vloeibare stof. Gal wordt aangemaakt in de lever maar bewaard door het lichaam in de galblaas. Het stofje bestaat o.a. uit water, galzouten, cholesterol etc. Als er vette stoffen in de twaalfvingerige darm komen zorgt een reactie van het lichaam dat de galblaas gal aflevert. Gal doet vetten in kleinere stukjes opsplitsen waardoor ze gemakkelijker verteerd kunnen worden in de darmen. Gal bevat dus stoffen die vet tot heel kleine druppeltjes kunnen opdelen in een waterige oplossingen. We noemen dit emulgeren. Denk hierbij aan het opkloppen van olie in azijn. Door de oppervlaktevergroting in kleine belletjes kan vet gemakkelijker door enzymen verteerd worden.

De galblaas is een peervormig orgaan dat helemaal hol is. Het zit aan de rechterkant van ons lichaam achter en onder de lever. Het staat met de lever in verbinding door middel van een buis. De galblaas slaat de gal op in geconcentreerde vorm, door hier water aan te onttrekken. Afhankelijk van de hoeveelheid te verteren vet in de darmen, laat de galblaas een afgemeten hoeveelheid gal los naar de darmen. Ook dit gebeurd weer via een buis. We noemen deze buis de centrale galgang.

Het woord gastro-oesofageaal is afkomstig van het Griekse gaster ( = maag) en oesofago ( = slokdarm). Gastro-oesofageale reflux is een fenomeen waarbij maagzuur terugvloeit in de slokdarm. We noemen dit ook wel brandend maagzuur. Het komt voor bij gezonde mensen maar ook bij mensen met overgewicht. Het wordt veroorzaakt doordat de afsluiting tussen de maag en de slokdarm niet goed (meer) werkt.

De term geriatrie is afkomstig van de Griekse woorden geras ( = ouderdom) en iatreia ( = behandeling). Geriatrische aandoeningen zijn aandoeningen die de kop opsteken met het ouder worden.

De term glia- is afkomstig van het Griekse glia ( = lijm). Gliacellen komen voor in het centrale zenuwstelsel en zijn cellen die de neuronen of zenuwcellen verzorgen. Elke zenuwcel heeft ongeveer 10 verzorgende gliacellen.

Cortisol en de daarvan afgeleide steroïden hebben een effect op onze glucosestofwisseling. Hieraan ontlenen zij dan ook de naam gluco-corticoïden. Cortisol is een natuurlijk bijnierschorshormoon maar wordt ook medicinaal gebruikt in de behandeling van ontstekingsziekten zoals de Ziekte van Crohn en Collitis Ulcerosa.

De productie van glucose in ons lichaam. In dit proces wordt glycogeen dat opgeslagen is in de lever omgezet in glucose. Dit helpt het lichaam om de glucose niveaus in het bloed op pijl te houden.

Glutathion is een stof die bijna in al onze cellen in hoge concentraties voorkomt. Het is een van de belangrijkste anti-oxidanten van ons lichaam. Alle cellen in ons lichaam kunnen glutathion aanmaken.

Glycosilatie is een biologisch proces waarbij suikergroepen gekoppeld worden aan de bloedeiwitten. In het bloed koppelt glycose zich aan hemoglobine, het belangrijkste eiwit in het bloed. Op deze manier wordt glycose vervoerd. Als de glycosilatie toeneemt en te hoog wordt, ontstaat suikerziekte. Er zit dan te veel glucose in geglycosileerde vorm in het bloed waardoor er te weinig plek overblijft voor andere stoffen (zuurstof bv.) om vervoerd te worden.

Glycogeen is een meervoudige vertakking van glucose. Glycogeen dient als energieopslag in zowel dieren als in schimmels. Het lijkt op zetmeel in de plantenwereld. In mensen wordt glycogeen opgeslagen in de spieren en in de lever. Het dient als het tweede langdurige energieopslagsysteem. De vetten in het vetweefsel zijn bij mensen het primaire langdurige energieopslagsysteem. Koolhydraten worden opgeslagen uit eten in de lever en in de spieren. Hier worden ze gebruikt als de meest gemakkelijk aanspreekbare energiebron. Glucose wordt opgeslagen als glycogeen omdat glycogeen vrijwel geen water absorbeert. Glucose absorbeert wel veel water. We zouden dus te zwaar worden als we glucose als glucose met ons mee zouden dragen.

De oorzaak van dit syndroom is een auto-immuunreactie waarbij het immuunsysteem zich richt tegen de eigen zenuwbaan. Hierdoor wordt het isolatiemateriaal van de zenuwen (myeline) en soms ook de ingesloten delen beschadigd. Signalen worden dan vertraagd of gewijzigd.

We noemen een hartinfarct doorgaans ook een hartaanval. Bij een hartaanval sterft een deel van de spier van het hart af. Dit wordt veroorzaakt doordat er niet voldoende bloed bij het hart komt via de aders. Jaarlijks sterven in Nederland ongeveer 40.000 personen aan hart- en vaatziekten.

Hartkamer hypertrofie houdt in dat de hartspier verdikt is. Door deze verdikking en verharding van de spierwanden in het hart, kan het hart niet meer goed pompen en samentrekken.

Hemoglobine is een eiwit dat in menselijk bloed zit. Rode bloedcellen bestaan voor 1/3e deel uit hemoglobine. Verbonden met zuurstof geeft hemoglobine bloed haar rode kleur. In deze rode bloedcellen is hemoglobine verantwoordelijk voor het transport van zuurstof en koolstofdioxide.

Het woord herpes is afkomstig van het Griekse woord herpein ( = kruiperig, sluimerig). Het zijn vaak sluimerende aandoeningen die niet altijd zichtbaar zijn. Herpes is een virus en er zijn diverse varianten: waterpokken, gordelroos, koortslip en genitale herpes. Ook de ziekte van Pfeiffer is een herpesvirus.

Een hersenbloeding ontstaat wanneer een bloedvat openbreekt in de hersenen. Een stuk van de hersenen wordt dan belast met rode bloedcellen en eiwitten. Dit heeft weefselsterfte als consequentie en dus schade met vaak ernstige gevolgen voor ons functioneren.

Een herseninfarct betekent dat er zich een blokkade voordoet in de bloedvaten van de hersenen. De hersenen of een stuk ervan komen dan zonder zuurstof en voedingsstoffen te zitten. Hierdoor treedt er schade op. Soms sterft dit deel zelfs af.

De hersenstam is het onderste deel van onze hersenen. In onze hersenstam vindt de verwerking van neurale informatie plaats.

De term hippocampus is afkomstig van het Latijnse hippocampus ( = zeepaard, fabeldier). Deze term wordt gebruikt voor dit orgaan in de hersenen, omdat het een sikkelvormige uitstulping is op de binnenwand van de hersenen. De hippocampus speelt een belangrijke rol bij de regulering van gedrag en emoties.

Als je hart klopt wordt er bloed vol met zuurstof door de aderen heen gepompt naar alle delen van het lichaam. Om dit te kunnen doen zet het hart druk op het bloed in de aders. Zo wordt de zuurstof in het lichaam telkens ververst. Als er zich bijvoorbeeld te veel rommel in je aders bevindt, zoals bij aderverkalking, is er steeds minder plek in je aderen. Er ontstaat dan een hoge bloeddruk en dit is nadelig voor zowel de aders als het hart.

Homocysteïne is een aminozuur wat het lichaam zelf aan kan maken, maar we halen het ook uit voeding. Homocysteïne wordt geproduceerd uit een stof die we methionine noemen. Hiervoor worden enzymen gebruikt. Als er wat mis gaat bij deze omzetting, kan het homocysteïne gehalte in ons lichaam te hoog worden. Tekorten aan vitamine B6, B11 en B12 kunnen dit veroorzaken.

Het woord hormoon is afgeleid van het Griekse woord hormae ( = in beweging zetten). Hormonen zijn signaalstoffen die door endocriene klieren via de bloedbaan aan doelcellen of doelorganen worden gestuurd. Hierin verschillen hormonen van neurotransmitters omdat bij neurotransmitters het effect meestal meteen plaats heeft op de plaats van afgifte zelf. Ook planten maken en hebben hormonen. Onze hormonen hebben allemaal een regelfunctie. Ze maken deel uit van een ingewikkeld regelsysteem. De hypothalamus is een belangrijk orgaan dat hierbij betrokken is. Deze meet hoeveel hormonen er in het bloed zitten en reageert hierop, door berichtjes te sturen aan de endocriene klieren en opdracht te geven tot meer of minder afgifte.

Hydrogene peroxide noemen we ook wel waterstofperoxide. Het is een stof die in 1818 voor het eerst ontdekt werd door Louis Jacques Tenard. Het bestaat uit de elementen zuurstof en waterstof. Het is een sterk desinfecterende en blekende stof, die ook in het lichaam voorkomt.

De galblaas is een peervormig orgaan dat helemaal hol is.

Bij hyperglycemie is de bloedsuikerspiegel chronisch verhoogd. Er is dan een gebrek aan insuline of de aanwezige insuline werkt niet goed. Glucose gaat zich dan ophopen in het bloed en er ontstaan te hoge bloedsuikerwaardes. Als we niet ingrijpen blijven de cellen aan de lever op glucose vragen, en blijft er een almaar verhogende stijging van bloedsuiker voordoen.

Bij hyperinsulenemie is de insulinespiegel chronisch verhoogd. Door allerlei oorzaken kan het lichaam doof geworden zijn voor het signaal van insuline dat er koolhydraten verbrandt kunnen worden. Dit noemt men dan insulineresistentie. Ons lichaam reageert hier juist op door meer insuline te laten maken door de alvleesklier. Dit noemen we hyperinsulenemie.

Het woord hypofyse is afkomstig van het Griekse woord hupophusos ( = aanhangsel van onderen). Men noemt de hypofyse ook wel ooit hersenaanhangsel. Het is een klier in het hoofd, net onder de hersenen, die veel hormonen uitscheidt. De hypofyse speelt een belangrijke rol bij de regulering van heel veel hormonen. Hij is ongeveer 1 cm doorsnee en ligt in de holte in de schedelbasis. De hypofyse scheidt wel 9 verschillende hormonen uit. De hypofyse bestaat uit drie delen: de voorkwab, de achterkwab en de middenkwab.

Het woord hypothalamus is afkomstig van de Griekse woorden hupo (= onder) en thalamus (= binnenkamer, hersen). De hypothalamus is een onderdeel van de hersenen. Hij controleert het autonome zenuwstelsel en het endocriene systeem en speelt een cruciale rol bij de organisatie van gedrag dat zorgt voor de overleving van het individu en de soort, zoals eten, vechten, vluchten, paren etc. De hypothalamus is ook van belang voor onze temperatuurregeling.

Na een stressvolle gebeurtenis scheidt de hypothalamus CRH-hormoon uit, dat er op zijn beurt voor zorgt dat het voorste deel van de hypofyse ACTH-hormoon uitscheidt. Deze stof zorgt er vervolgens voor dat de bijnieren cortisol uitscheidt. De HPA-as is een langzame respons op stress. Het duurt ongeveer 30 minuten voordat cortisol in het bloed gemeten kan worden. De aanmaak van adrenaline als respons op stress gaat veel sneller, dat is namelijk na 60 seconden al te meten in het bloed.

De IBD, de inflammatory bowel disease of de inflammatoire darmziekten zijn de gebruikte termen voor een groep chronische ontstekingen in het maag- en darmkanaal. De term inflammatoir is afkomstig van het Franse imflammer ( = ontsteken). De twee hoofdvormen van IBD zijn de Ziekte van Crohn en Colitis Ulcerosa. In Nederland lijden ongeveer 35.000 mensen aan een IBD, hoewel het voorkomen van IBD’s steeds meer toeneemt. Dit heeft o.a. te maken met steeds meer toxische stoffen en Genetische Gemodificeerde Voedingsmiddelen in onze voeding. Andere, minder voorkomende IBD zijn:

  • Collageneuze collitis
  • Lymfocytaire collitis
  • Ischemische collitis
  • Diversiecollitis
  • Ziekte van Behcet

De term immuun is afkomstig van het Latijnse immunis ( = vrij zijn van). Het immuunsysteem is een reguleringssysteem van het lichaam, dat als doel heeft om indringers of veranderende interne cellen te bestrijden. Er bestaan stoffen die ons immuunsysteem activeren, zoals ozon.

De term immuun is afkomstig van het Latijnse immunis ( = vrij zijn van). Het immuunsysteem is een reguleringssysteem van het lichaam, dat als doel heeft om indringers of veranderende interne cellen te bestrijden. Er bestaan stoffen die ons immuunsysteem activeren, zoals ozon. Er wordt dan gezegd dat ze de immuunfunctie verbeteren.

Insuline is een hormoon dat de opname van glucose in de cellen begeleidt (met name in de spieren, de lever en het adipose weefsel).

De insuline-achtige groeifactor 1 (en 2) zijn op insuline gelijkende stoffen. Ze worden geproduceerd in de lever en vormen een schakel binnen het systeem waarmee cellen communiceren met hun omgeving. Insuline-achtige groeifactoren 1 (en 2) spelen een rol bij de regulering van de fysiologie, zoals bij celdifferentiatie (groei en verandering van cellen) en apoptose (celafsterving). De insuline-achtige groeifactoren kunnen ook een rol spelen bij het ontstaan van kanker.

Insuline heeft insuline receptoren nodig om in de cellen opgenomen te worden. Deze receptoren kunnen ongevoelig worden. Insuline gevoeligheid houdt in dat de receptoren gevoelig zijn en goed functioneren.

Insuline is een belangrijk regulerend hormoon. Dit is betrokken bij de omzetting van koolhydraten, eiwitten en vetten. Het is het belangrijkste hormoon voor de regulering van het bloedsuikergehalte (de hoeveelheid suiker in het bloed). Insuline receptoren zijn ontvangende eiwitten, die in staat zijn om insuline aan zich te binden. De receptor is de plaats waar insuline tot interactie komt met de insuline gevoelige cel. De receptor werd voor het eerst in 1971 ontdekt. De receptor heeft twee functies: de receptor ontvangt de insulinemolecuul door het aan zich te binden, en stuurt bij die binding een signaal door naar de cel. In die cel vindt dan een reactie plaats. De receptoren zijn als een soort brievenbusjes, die ervoor zorgen dat insuline in de cellen opgenomen kan worden.

Als er over lange tijd te veel glucose in de bloedbaan terecht komt verstoort dit de insuline receptoren. Ze gaan stapsgewijs stuk en verdwijnen vervolgens door overbelasting. De receptoren worden dan resistent voor insuline en insuline blijft dan in het bloed zitten. Ook glucose kan dan minder goed opgenomen worden in de cellen. Dit proces put het lichaam uit omdat de alvleesklier bij een tekort aan glucose in de cellen, steeds de opdracht krijgt meer insuline aan te maken. De insuline niveaus in het bloed stijgen in dit geval enorm. Dit is zeer gevaarlijk voor onze gezondheid.

Het woord intramusculair is afkomstig van het Latijnse intra ( = binnen) en musculus ( = spier). Intramusculaire toediening betekent dat iets via de spieren wordt toegediend.

Het woord intraveneus is afkomstig van het Latijnse intra ( = binnen) en vena ( = ader). Intraveneuze toediening betekent dat iets via de ader wordt toegediend.

De nuchtere darm is het middelste deel van de dunne darm. Het jejenum of de nuchtere darm wordt voorafgegaan door de twaalfvingerige darm (het duodenum) en gaat over in de kronkeldarm (het ileum). Het grootste deel van de vertering en van de opname van voedselbestanddelen vindt plaats in dit deel van de darm.

Ketonen zijn afbraakproducten van vetten. Als er geen glucose beschikbaar is – zoals bij een tekort aan insuline – zoekt het lichaam andere energiebronnen. Deze energiebronnen zijn voornamelijk vetten. Bij deze productie komen ketonen vrij. We krijgen dan een zoete adem.

Bij een klinische depressie lijdt een patiënt aan een aantal symptomen. Men zegt dat er voor een klinische depressie geen verklaring is voor het verlies van levenslust of voor de zware neerslachtigheid. Vandaar dat men de depressie een klinische depressie noemt.

Koolhydraten zijn specifieke type suikers. Deze suikers zijn nodig voor de energietoevoer in ons lichaam. Omdat we ook suikers en energie uit andere stoffen halen, hoeven we niet te veel koolhydraten in te nemen.

Bij inspanning wordt glucose gebruikt voor energie. Bij het afbreken van deze glucose komt lactaat of melkzuur vrij. Het is dus een afvalproduct of bijproduct. Bij veel en hoge inspanning, komt er steeds meer lactaat vrij omdat er veel glucose wordt gebruikt. Dit overschot aan melkzuur wordt naar de bloedbaan geleid en moet door de lever worden afgebroken. Verzuring treedt op wanneer de melkzuurwaardes te hoog worden. De aanwezigheid van deze afvalstoffen in het bloed, kan hoofdpijn en spierpijn veroorzaken.

De term LDL komt van het Engelse Low-Density-Lipoproteïnen. Het zijn deeltjes die zorgen voor het transport van cholesterol van de lever naar de weefsels. Ze bestaan voor 80% uit cholesterol en voor 20% uit lipoproteïnen. Lipoproteïnen zijn vetdeeltjes, die doordat ze gebonden zijn aan een eiwit oplosbaar zijn in water.

Lp (A) is een lipoproteïne. Een eiwit dat verbonden is aan een vetzuur. Als er veel Lp (A) in het bloed zit, levert dat grote risico’s op voor In de jaren ’90 van de vorige eeuw werd leptine ontdekt als hormoon. Leptine wordt afgegeven door de vetcellen in de vetdepots van het lichaam. Men ontdekte – door onderzoek bij muizen – dat als de leptine receptoren op de cellen in de hersenen defect zijn, obesitas ontstaat. Leptine bereikt namelijk via het bloed de hersenen en stimuleert hier het verzadigingscentrum. Hierdoor neemt het hongergevoel af. Als de receptoren defect zijn, kan leptine de bloed-hersenbarrière niet meer doorkruisen en kan het hongergevoel ook niet meer gestild worden. Leptine werd daarom oorspronkelijk het “hongerhormoon” genoemd. Hoe meer leptine in het bloed, hoe verzadigder men zich voelt. Het hormoon wordt m.n. geproduceerd en uitgescheiden door adipose vetweefsel. Onlangs bleek echter dat ook andere delen van het lichaam leptine kunnen aanmaken. Leptine toedienen bij mensen heeft echter weinig effect op het gewicht, omdat het om de leptine receptoren gaat. De leptine cyclus herstellen moet zich richten op het herstellen van de leptine receptoren op de celmembranen.

In de jaren ’90 van de vorige eeuw werd leptine ontdekt als hormoon. Leptine wordt afgegeven door de vetcellen in de vetdepots van het lichaam. Men ontdekte – door onderzoek bij muizen – dat als de leptine receptoren op de cellen in de hersenen defect zijn, obesitas ontstaat. Leptine bereikt namelijk via het bloed de hersenen en stimuleert hier het verzadigingscentrum. Hierdoor neemt het hongergevoel af. Als de receptoren defect zijn, kan leptine de bloed-hersenbarrière niet meer doorkruisen en kan het hongergevoel ook niet meer gestild worden. Leptine werd daarom oorspronkelijk het “hongerhormoon” genoemd. Hoe meer leptine in het bloed, hoe verzadigder men zich voelt. Het hormoon wordt m.n. geproduceerd en uitgescheiden door adipose vetweefsel. Onlangs bleek echter dat ook andere delen van het lichaam leptine kunnen aanmaken. Leptine toedienen bij mensen heeft echter weinig effect op het gewicht, omdat het om de leptine receptoren gaat. De leptine cyclus herstellen moet zich richten op het herstellen van de leptine receptoren op de celmembranen.

Het hormoon leptine reguleert de massa van het adipose weefsel via de hypothalamus. Zo wordt het lichaam gestuurd met hongergevoelens en energieverbruik. De leptine receptoren bevinden zich met name op de celwanden van de hypothalamus. Ze zijn verantwoordelijk voor de opname van leptine in de cellen.

Bij obesitas en overgewicht, kan het aangeboren systeem van eetlust en eetlustremming verstoord zijn. De overmatige aanwezigheid van vetvoorraden, draagt bij aan chronische verhoogde leptines in het bloed. Dit leidt tot de verzwakking en beschadiging van de leptine receptoren op de cellen. Omdat de receptoren die leptine ontvangen kapot zijn, ontvangt het lichaam (de hypothalamus) niet het signaal dat het voldoende vetvoorraden heeft. De hypothalamus blijft dan opdracht geven tot hongersignalen. De eetlust wordt niet meer geremd. Afvallen lukt niet omdat het lichaam niet doorheeft, dat het te dik is en vetvoorraden wil blijven aanleggen!

Een levend bloed analyse is een manier om de kwalitatieve toestand van iemand’s bloed in levende toestand te meten. We bekijken zo diverse bloedbestanddelen zoals de rode bloedcellen, de witte bloedcellen en de afvalstoffen. We kunnen ook de aanwezigheid van vrije radicalen en andere eiwitten controleren.

Lipase is een enzyme dat vetten splitst in vetzuren en in glycerol. Op deze manier zijn ze gemakkelijker op te nemen in het lichaam.

Lupus is een auto-immuunziekte waarbij onze immuniteit zich tegen onszelf richt. Onze antistoffen veroorzaken zo ontstekingsziekten. Deze ontstekingen kunnen zich voordoen in de gewrichten, op de huid en ook in de organen.

Macronutriënten zijn voedingsstoffen die veel voorkomen in voedsel. Er zijn drie soorten macronutriënten. De drie macronutriënten zijn: koolhydraten, vetten en eiwitten.

Dit is een gebiedje in de hersenen dat vooraan in het midden gelegen is. Het speelt een belangrijke rol bij het waarnemen en beoordelen van ‘fouten’ die we zelf maken of die anderen maken. Er wordt wel eens voor de grap naar verwezen als het “oepsgebied”.

Melatonine is een hormoon dat in de epifyse gemaakt wordt. Het wordt geproduceerd uit serotonine en wordt in de loop van de dag en nacht aan het bloed en hersenvocht afgegeven. Het heeft ook invloed op onze oriëntatie in de wereld en op onze voortplantingscyclus. Om melatonine te kunnen produceren heeft de epifyse serotonine en dopamine nodig.

Het woord metabole is afkomstig van het Griekse metabolikos ( = veranderlijk). Metabole ziekten zijn stofwisselingsziekten. Deze ziekten kunnen erfelijk zijn. Er bestaan ongeveer 3000 metabole ziekten.

Deze stof wordt gebruikt bij de behandeling van diabetes type 2. Metformin verlaagd de hoeveelheid bloedsuiker in het bloed en verminderd de eetlust. Artsen schrijven het voor bij verminderde vruchtbaarheid en bij diabetes type 2. Metformin wordt gezien als een veilig medicijn met weinig ernstige bijwerkingen. Uit onderzoek is gebleken dat het helpt bij gewichtsverlies in het geval van obesitas en dat het er ook voor zorgt dat obesitas-lijders minder snel diabetes type 2 ontwikkelen. Metformin werkt ook ontstekingswerend op de cellen en draagt zo bij aan cellulaire gezondheid.

Methylphenidaat is de werkzame stof in Concerta, Methylin, Ritalin, Equasym XL en Quillvant XR. Methylphenidaat stimuleert het centrale zenuwstelsel en wordt gebruikt bij ADHD, ADD en narcolepsie. Onderzoek van Dr. Paul Greengard toonde aan dat methylphenidaat op lange termijn meer schade berokkend dan de drugs cocaïne en speed.

De term microbioom is afkomstig van het Griekse mikros- ( = klein), bio ( = leven, levende wezens), en ome ( = gemeenschap, type of soort). De term darmflora wordt gebruikt voor alle aanwezige micro-organismes in de darmen. Het gaat dan met name om bacteriën. Microbioom verwijst naar de aanwezige micro-organismen in het gehele maag-darmkanaal.

Een micro-organisme is een organisme dat we met het blote oog niet kunnen zien. Dit zijn bijvoorbeeld eencelligen, bacteriën, protozoa, algen, schimmels en gisten.

De mitochondriën zijn de energiecentrales van ons lichaam. Ze bevinden zich in onze cellen. Als de werking van deze mitochondriën verstoord wordt, zou dit kunnen leiden tot overgevoeligheid van het centrale zenuwstelsel en tot spierpijn. De mitochondriale dysfunctie wordt zo in verband gebracht met ziektes als CVS, ME en fibromyalgie.

De mitochondriën zijn de energiecentrales van het menselijk lichaam. Ze zijn te vinden in de cellen van ons lichaam. De mitochondriën zetten vet en suiker om in energie. Ook wel ATP.

mmHg wordt uitgesproken als millimeter kwik of millimeter kwikdruk. Het is een eenheid waarmee de mate van druk in een systeem wordt benoemd. De eenheid wordt bij mensen gebruikt om de bloeddruk en de oogdruk te omschrijven. Tegenwoordig meten we de bloeddruk niet meer met een kwikbloeddrukmeter maar met een elektrische bloeddrukmeter.

Myasthenie is afkomstig van het Griekse mus ( = spier) en asthenia ( = ziekelijke zwakte). Myastenie is dus een vorm van spierzwakte.

Het woord toxines is afkomstig van het Griekse woord toxicon ( = gifstof) en myco is afkomstig van het Griekse woord myco ( = schimmels). Mycotoxines zijn giftige stoffen van schimmels.

Myeline is een vetachtige stof, die de zenuwen beschermt. Myeline zorgt ook voor een goede geleiding in de zenuwen.

De term obesitas is afkomstig van het Latijnse woord obedere (= zich vol-eten), obesus (= volgegeten), obesitas (= een volgegeten toestand). Er zijn twee vormen van obesitas. Dit zijn obesitas en morbide obesitas. Morbide is ook afkomstig van een Latijns woord, nl. morbidus (= ziekmakend, ongezond) en morbus (= ziekte). De verschillen hiertussen worden bepaald door het BMI te berekenen. Een BMI tussen de 30 en de 40 noemen we obesitas. Een BMI boven de 40 noemen we morbide obesitas.

Morfine is een term die afkomstig is van het Griekse morpheus (= gedaantevervormer of verdover). Morfine is doorgaans een verdovende stof.

NAC staat voor N-Acetyl-L-Cysteïne. Het is de meest effectieve stof voor het verhogen van glutathionspiegels in ons lichaam.

Natriumchloride is hetzelfde als keukenzout. Natriumchloride is heel erg belangrijk voor alle levende organismen en dus ook voor mensen. Het zorgt bv. voor een goede vochthuishouding. Het zorgt er ook voor dat het vocht in de cellen en het vocht buiten onze cellen in balans blijft.

Bij een neuraal gestuurde lage bloeddruk treden verstoringen op in de autonome regulatie van de bloeddruk zowel als de hartslag. Er treedt een uitgesproken sterke daling op van de systolische bloeddruk als iemand overeind komt of wat langer op de benen stilstaat. Deze daling van de bloeddruk gaat gepaard met veranderingen in gezichtsvermogen, soms zelfs bewusteloosheid en een vertraagde verbale respons. De persoon voelt vaak de behoefte om te gaan liggen. De daling kan groter zijn dan 20-25 mm kwikdruk.

Neuroendocrinologie is de manier waarop het zenuwstelsel reageert met hormonen uit het endocriene systeem. Dit samenspel reguleert een heleboel processen in ons lichaam.

Neuronen of zunuwcellen zijn een bepaald type cel in het lichaam. Ze zijn de meest belangrijke elementen van het zenuwstelsel. Wij hebben ongeveer 100 miljard zenuwcellen. Neuronen zijn de informatie- en signaalverwerkers van het lichaam. Ze zijn prikkelbaar en kunnen signalen ontvangen en doorgeven zonder verlies van signaalsterkte. Ze zijn zo medeverantwoordelijk voor een groot aantal lichaamsfuncties en zijn ook medeverantwoordelijk voor ons denkvermogen.

Het woord neurose is afkomstig van het Griekse neuron ( = zenuw) en – osis ( = achtervoegsel voor namen van ziektes en aandoeningen). Een neurose wordt dus gezien als een zenuwziekte. De term is voor het eerste geïntroduceerd rond 1769 door de Schotse arts en wetenschapper William Cullen. Een neurose is een structureel ineffectieve manier van omgaan met problemen.

Het woord neurotoxisch is afkomstig van het Griekse woord neuro ( = van de hersenen) en toxon ( = boog). In de Griekse oudheid werden de punten van pijlen besmeurd met gifstoffen, om de jacht te vergemakkelijken. Het woord toxisch komt dus van de Griekse pijl en boog > toxon. Neurotoxiciteit duidt op de mate van giftigheid in de hersenen. Via voedingsstoffen, ons milieu, pesticides, drugs en medicijnen komen er steeds meer gifstoffen in ons lichaam terecht. Gifstoffen die blijven steken in de hersenen en hier ontstekingen veroorzaken, veroorzaken neurotoxiciteit.

Het woord neurotoxisch is afkomstig van het Griekse woord neuro ( = van de hersenen) en toxon ( = boog). Neurotoxische aandoeningen zijn ziektes in de hersenen, die veroorzaakt worden door of in grote mate te maken hebben met toxiciteit. Gifstoffen verstoren de balans van de hersenen en creëren hier minieme cellulaire ontstekingen. Hierdoor kunnen de cellen zich niet meer goed ontgiften en wordt de hersenfunctie verstoord.

Het woord neurotransmitter is afkomstig van de Latijnse woorden neuro ( = van de hersenen) en transmittere ( = overbrengen). Neurotransmitters zijn stoffen die iets overbrengen. We noemen ze ook wel signaalstoffen die zenuwimpulsen overdragen tussen zenuwcellen (neuronen) in het zenuwstelsel.

Nitraat is op zichzelf niet zo heel giftig. Als het wordt omgezet in nitriet wel. Nitriet heeft het lichaam nodig, maar niet in te hoge hoeveelheden. Nitraat zit in groenten, maar wordt ook als conserveringsmiddel gebruikt en ook bij voorbewerkt vlees. Omdat we op die manier te veel nitraten binnenkrijgen, kan dit hoofdpijn veroorzaken. Nitraat is van invloed op de bloedtoevoer naar de hersenen.

Natuurlijke Killer cellen zijn grote witte bloedcellen die een rol spelen bij celdoding en uitscheiding van cytokines die werden gebruikt tegen pathogenen. Als natuurlijke ziekteverwekkers het lichaam intreden, worden cytokines actief om deze te bestrijden. Tijdens en na afloop van dit proces moeten de cytokines ook weer opgeruimd worden, omdat ze ontstekingen veroorzaken in onze gezonde weefsels. Dit laatste is de taak van onze Natuurlijke Killer cellen.

De NO/ONOO cyclus is een biochemische vicieuze cyclus die de oorzaak is van diverse tot op heden onverklaarde aandoeningen als het Chronische Vermoeidheidssyndroom (CVS), Myalgische Encefalomyelitis (ME), Meervoudige Chemische Sensitiviteit (MCS) en fibromyalgie. Mogelijk kunnen ook een groot deel van de andere hedendaagse aandoeningen in verband gebracht worden met deze chronische cellulaire ontstekingscyclus. De chemie en biochemie van deze ontstekingscyclus doet vermoeden dat deze lokaal plaatsvindt. Deze lokaliteit verklaard ook meteen de variëteit aan veroorzaakte aandoeningen. Bij de chronische ontsteking op cellulair niveau van de gebieden die betrekking hebben op aandacht, kan men denken aan ADHD. In andere gevallen kan men denken aan autisme etc. De NO/ONOO cyclus is ontdekt door Dr. Martin Paul en wordt ook het Tiende Paradigma van Gezondheid genoemd.

Noradrenaline is een hormoon en neurotransmitter. Noradrenaline wordt vaak verward met adrenaline. Over het algemeen voelt men zich met te weinig noradrenaline depressief en met teveel noradrenaline euforisch, gespannen, angstig of opgewonden. Dit is ook afhankelijk van de werking van serotonine.

De term obesitas is afkomstig van het Latijnse woord obedere (= zich vol-eten), obesus (= volgegeten), obesitas (= een volgegeten toestand). Er zijn twee vormen van obesitas. Dit zijn obesitas en morbide obesitas. Morbide is ook afkomstig van een Latijns woord, nl. morbidus (= ziekmakend, ongezond) en morbus (= ziekte). De verschillen hiertussen worden bepaald door het BMI te berekenen. Een BMI tussen de 30 en de 40 noemen we obesitas. Een BMI boven de 40 noemen we morbide obesitas.

Oestrogeen wordt meestal het vrouwelijke hormoon genoemd. Ze spelen immers een belangrijke rol bij de ontwikkeling van de vrouwelijke geslachtskenmerken, bij de menstruatie en bij de zwangerschap. Oestrogeen wordt met name uitgescheiden door de eierstokken. Toch komt oestrogeen ook bij mannen voor, net als dat testosteron (het mannelijke hormoon) ook bij vrouwen voorkomt.

Bij een oestrogeen-dominantie is de hoeveelheid oestrogeen in het lichaam te hoog. Deze hoeveelheid wordt gemeten ten opzichte van de aanwezigheid van progesteron. De vele hormonen in niet-biologisch vlees, obesitas en stress dragen allemaal bij aan de dominantie van oestrogeen. Zelfs in schoonmaakmiddelen, medicijnen en pesticides zitten stoffen die lijken op oestrogeen. Ook deze stoffen kunnen een oestrogeen-dominantie veroorzaken. Bij vrouwen kan je gemakkelijk zien wanneer ze last hebben van een oestrogeen-dominantie. Ze hebben dan te veel vet op de billen en de benen. Bij mannen zorgt een oestrogeen-dominantie juist voor een toename aan vetten rondom de borstspieren.

Omega-3-vetzuren zijn een groep meervoudige onverzadigde vetzuren. Er worden positieve eigenschappen aan toegeschreven die hart- en vaatziekten, artritis, depressies en maag- en darmaandoeningen helpen voorkomen. Omega-3-vetzuren ondersteunen de ogen en de hersenstofwisseling. Omdat ze ontstekingsremmend werken, helpen ze goed bij de Ziekte van Crohn en Collitis Ulcerosa.

Opioïden zijn korten ketens van aminozuren. Ze kunnen door het lichaam geproduceerd worden zoals bijvoorbeeld bij endorfines. De effecten variëren maar ze lijken wel op elkaar. Opioïden spelen een belangrijke rol in de motivatie, de emotie, bij hechting en bij de reactie op stress en pijn. Opioïden worden ook opgenomen uit voeding, namelijk uit bijvoorbeeld melk en tarwe. Ook in morfines zitten veel opioïde stoffen. Denk hierbij aan medicijnen en drugs.

Omega-3-vetzuren zijn een groep meervoudige onverzadigde vetzuren. Er worden positieve eigenschappen aan toegeschreven die hart- en vaatziekten, artritis, depressies en maag- en darmaandoeningen helpen voorkomen. Omega-3-vetzuren ondersteunen de ogen en de hersenstofwisseling. Omdat ze ontstekingsremmend werken, helpen ze goed bij de Ziekte van Crohn en Collitis Ulcerosa.

Omega-3-vetzuren zijn een groep meervoudige onverzadigde vetzuren. Er worden positieve eigenschappen aan toegeschreven die hart- en vaatziekten, artritis, depressies en maag- en darmaandoeningen helpen voorkomen. Omega-3-vetzuren ondersteunen de ogen en de hersenstofwisseling. Omdat ze ontstekingsremmend werken, helpen ze goed bij de Ziekte van Crohn en Collitis Ulcerosa.

Als iemand lang in dezelfde houding zit, verzamelt het bloed zich naar de aderen van de benen. Zo ontstaat een verlaagde bloeddruk in de hersenen. Mensen met CVS zijn hier vaak intolerant voor en krijgen dan last van moeheid, misselijkheid, hoofdpijn, zweten, zwakte en soms flauwvallen. Het kan ook voorkomen als iemand opstaat.

Oxidatie betekent dat stoffen reageren met zuurstofverbindingen. Deze verbindingen zijn beschadigend voor onze weefsels. Het lichaam maakt gebruik van zelfgeproduceerde anti-oxidanten en anti-oxidanten uit voedsel om deze beschadigende vrije radicalen op te ruimen. Als er te veel vrije radicalen ontstaan in het lichaam geraakt dit overbelast en ontstaan er ontstekingen.

Oxidatieve stress treedt op als meer dan normale hoeveelheden reactieve zuurstofverbindingen in de cellen worden gevormd of aanwezig zijn. Deze reactieve zuurstofverbindingen zijn beschadigend voor de cellen, voor de eiwitten in de cellen, voor de vetweefsels van de cellen en voor het DNA. In gezonde cellen worden deze stoffen afgevoerd door onze aangeboren cellulaire ontgifting. Als de cellen echter ontstoken zijn, dan kan deze ontgifting niet meer plaats vinden. Oxidatieve stress ontstaat onder andere door gifstoffen zoals uit roken, alcoholconsumptie, medicijngebruik, te veel zonnebaden en te veel sporten. Ook gifstoffen uit het milieu zoals smog, pesticides en allerlei kleur- en smaakstoffen en Genetische Gemodificeerde Voedingsmiddelen veroorzaken overmatige oxidatieve stress in onze cellen.

Het woord oxytocine is afkomstig van het Griekse woord oxutokia ( = snelle geboorte). Oxytocine werd in 1909 ontdekt door de Britse farmacoloog Henry Dale. Hij ontdekte dat oxytocine weeën kan opwekken bij dieren. Heel lang was het alleen bekend als zwangerschapshormoon omdat het de bevalling en de borstvoeding op gang kan brengen. Later ontdekte men dat het ook een neurotransmitter is. Oxytocine wordt tijdens sociale interactie en bij seksuele activiteit vrijgemaakt uit de hypothalamus.

Peroxinitriet is een oxidant met de formule ONOO. Door zijn oxiderende effecten kan het schade berokkenen aan heel veel moleculen in onze cellen en ook aan het DNA en aan de proteïnen in de cellen.

Het woord suïcidaal is afkomstig van het Latijnse sui ( = zichzelf) en cidere ( = doden). De term parasuïcidaal verwijst naar gedrag dat geen actieve opzettelijke zelfdoding behelst maar hier wel toe leidt. Het slaat dus op niet-dodelijke handelingen van een persoon door zich opzettelijk te verwonden of door zeer riskant gedrag te vertonen in bijvoorbeeld het verkeer of door drugsgebruik.

Een pathogeen is een ziekteverwekker van biologische oorsprong. Virussen, wormen, schimmels, bacteriën zijn allemaal pathogenen.

De term pathologisch is afkomstig van het Griekse pathos ( = lijden). Pathologisch verwijst naar ziekelijk, afwijkend, abnormaal en/of bij ziekte gehorend. Iets dat pathologisch is, is zodanig van aard dat het ons lijden bezorgd.

Perifere zenuwschade is een term die wordt gebruikt om beschadiging van zenuwen in het perifere zenuwstelsel aan te duiden, zonder aantasting van hersenen of ruggenmerg. Er kan bij beperkte schade acute brandende pijn optreden. Bij meer uitgebreide beschadigingen kunnen evenwichtsstoornissen, spierzwakte en zelfs verlamming ontstaan. In sommige gevallen is er slechts één zenuw beschadigd, zoals bij het Carpale Tunnelsyndroom. Bij het syndroom van Guillain-Barré zijn vele zenuwen tegelijk beschadigd.

Het woord perifeer is afkomstig van het Grieks periferia ( = buitenkant, rand of omtrek). Dit is het deel van het zenuwstelsel dat buiten het centrale zenuwstelsel is gelegen. Het vormt de verbinding van en naar organen en weefsels en het centrale zenuwstelsel.

Het woord pesticiden is afkomstig van het Latijnse pestis ( = pest) en cide ( = een soort stof). Pesticiden zijn stoffen die worden gebruikt om ziekten, plagen of onkruiden, die hinderlijk of schadelijk zijn te verdelen en te bestrijden. Veel voorkomende toepassingen zijn pesticiden bij plagen van mieren of ongedierte of bij de aantasting van materialen, bij algen of bij ontsmetting en houtbescherming.

Deze aandoening houdt in dat mensen die lijden aan CVS zich tot dagen na sporten ziek en vermoeid voelen. Hoewel sporten helpt om de pijngrens te verhogen bij mensen die gezond zijn, werkt dit precies andersom bij mensen met CVS. Sporten zorgt er bij hen voor dat de pijngrens verlaagd. Ze voelen zich na het sporten daarom ellendiger, vermoeider en hebben veel meer pijn en last.

Letsel wat nog aanwezig is na, of veroorzaakt is door een operatie. De term post is afkomstig van het Latijnse post- ( =na). Dit kunnen bijvoorbeeld wonden zijn of nog open wonden.

Pregnenolone dient als voorloper van andere hormonen, inclusief DHEA en progesteron. Pregnenolone heeft invloed op onze nachtrust en op onze concentratie en ons geheugen.

Het woord probiotica is afkomstig van het Griekse pro- ( = voor) en bios ( = leven). Het is een tegenhanger van het langdurig in zwang geweest zijnde woord (en de bijbehorende middelen) anti- (tegen) bios ( = leven). Probiotica bestaat uit micro-organismen waaraan men een gezondheidsbevorderende werking toeschrijft. Het is bedoeld om de goede cellen en het leven in ons lichaam te bevorderen.

Progesteron is een typisch vrouwelijk geslachtshormoon. In de tweede periode van de menstruatiecyclus wordt het in de eierstokken gemaakt. Tijdens de zwangerschap wordt het in de placenta aangemaakt. Het wordt zowel bij mannen als bij vrouwen in de bijnierschors geproduceerd.

Een prohormoon is een voorloper van hormonen. Ze zijn niet gevaarlijk voor de gezondheid en hebben eigenlijk een minimaal effect. Over het algemeen versterken prohormonen de werking van hormonen.

Prostaglandine is een hormoonachtige stof, die heel veel fysiologische processen reguleert. Prostaglandine speelt een rol in ontstekingsprocessen, bij de verwijding en vernauwing van bloedvaten, bij pijn, bij koorts etc.

Proteïnes zijn eiwitten. Eiwitten maken we zelf aan en halen we uit voeding. Eiwitten hebben heel erg veel verschillende functies in ons lichaam. Zij vervullen functies op het vlak van transport, regulering van processen, communicatie, structuur en omzettingen van stoffen.

Het woord psychose is afkomstig van het Griekse psucho ( = het leven gevende, het bezielen) en –osis ( = achtervoegsel voor namen van ziektes en aandoeningen). Een psychose is een toestand (een psychische toestand) waarin een persoon het normale contact met de werkelijkheid geheel of gedeeltelijk kwijt is.

Dit zijn kunstmatig radioactief gemaakte chemische stoffen. We noemen ze ook wel radionucleïden. Ze komen van nature voor in het heelal. Hier op aarde kunnen we ze zelf “maken”. Mensen zijn niet bestand om lang in de nabijheid van deze stof te zijn. We worden er ziek van.

Om informatie te kunnen uitwisselen hebben neuronen in onze hersenen receptoren op hun oppervlak. Deze receptoren werken als brievenbusjes die post ontvangen, waarin opdrachten staan die kunnen worden uitgevoerd en doorgegeven. Om informatie goed te kunnen ontvangen en uitvoeren, is het nodig dat deze receptoren goed intact zijn. We noemen dit receptorgevoeligheid. Een receptor met een goede receptorgevoeligheid kan zijn werk goed uitvoeren. Een receptor met een beperkte receptorgevoeligheid, voert zijn werk niet goed uit.

Renine is een enzyme dat door de nieren wordt geproduceerd. Renine kan enerzijds de bloeddruk ontregelen, en anderzijds de bloeddruk corrigeren als deze ontregeld is. Renine is dus een regulator in het bloeddruksysteem. Als we een te lage bloeddruk hebben reageert het enzyme renine hierop door angiotensinogeen om te zetten in angiotensine I. Dit laatste wordt door Angiotensin Converting Enzym (ACE) (Angiotensine Omzettend Enzyme) omgezet in angiotensine II. Dit laatste stimuleert de vrijgave van aldosteron door de bijnieren. Hierdoor stijgt in de nieren de wederopname van natrium en water, waardoor ook de bloeddruk stijgt. Renine stimuleert de hartcontractiliteit en de perifere vaatweerstand, waardoor de bloeddruk ook stijgt.

Reumatoïde artritis is een vorm van ontstekingsreuma, die gekenmerkt wordt door langdurige ontstekingen van gewrichten.

Oxidatieve stress veroorzaakt de overmatige aanwezigheid van salpeterzuur oxide en haar vrije radicalen peroxinitriet en superoxide in de cellen. Deze toxische stoffen veroorzaken ontstekingscyclussen, die pas afnemen wanneer de cellulaire ontstekingen worden opgelost.

Serotonine is een neurotransmitter, die invloed heeft op het geheugen, op de stemming, op het zelfvertrouwen, op de slaap, op de emotie, op de seksuele activiteit en op de eetlust. Het speelt ook een rol bij de verwerking van pijnprikkels. Serotonine speelt een belangrijke rol bij verslavingen en bij agressie. Serotonine werkt als een regulator van het dopamine-systeem.

Door serotonine voelen we ons opgewekt en happy en goed uitgerust. Serotonine zorgt ook voor een gezonde bloeddruk en goede weerstand tegen ziektekiemen. Door stress, weinig sporten en slecht eten kunnen de serotonine niveaus dalen. Serotonine tekorten hangen samen met een verstoorde insuline functie.

Het woord spasmofilie is afkomstig van het Griekse spasmos ( = ineenkrimpen) -filie ( = hebbend). Iemand met spasmofilie heeft pijnlijke spierkrampen, die klachten geven als spierpijn, hoofdpijn, vermoeidheid, buikpijn en zelfs hyperventilatie. In sommige gevallen treden ook slaapproblemen en paniekaanvallen op, jeuk en duizeligheid. De aandoening kan vastgesteld worden door middel van een EMG.

Het woord atrofie is afkomstig van het Griekse atrophia ( = ondervoeding). Spieratrofie betekent dat de spieren minder krachtig worden. Ze worden dunner en minder sterk. Dit kan veroorzaakt worden door langdurige stilstand of bedlegerigheid, maar ook het gevolg zijn van neuropathie.

Een statine is een cholesterolverlagend medicijn. Statines worden voorgeschreven bij een te hoge cholesterol, bij diabetes en in de preventie van hart- en vaatziekten. Op lange termijn zijn statines behoorlijk schadelijk. Zij verstoren de aanmaak van cholesterol even zo goed als de aanmaak van Q10 in het lichaam. Q10 is nodig voor een gezonde hartspier. Andere minder ernstige bijwerkingen van statines zijn maag- en darmklachten, huiduitslag, duizeligheid, jeuk en hoofdpijn.

Het woord stoma is afkomstig van het Griekse stoma ( = onnatuurlijke opening). Een stoma is een kunstmatige huidmond. De naam wordt gebruikt voor een kunstmatige opening in het lichaam waardoorheen urine of uitwerpselen afgevoerd worden.

De term cardiomyopathie is afkomstig van het Latijnse cardio ( = hart), myo ( = spierweefsel) en pathie ( = ziekte). Stress cardiomyopathie is cardiomyopathie die veroorzaakt is door stress. Cardiomyopathie is een ziekte van de hartspier, waarbij de hartspier niet goed samentrekt of niet goed ontspant. Hierdoor werkt de pompfunctie van het hart niet meer goed. Het is een chronische ziekte. Een verwijde hartspier heet dilaterende (van het Latijnse dilatare ( = verwijden) cardiomyopathie, en een verdikte hartspier heet hypertrofische (van het Latijnse hypertrophia ( = abnormale toename) cardiomyopathie.

De term substantia nigra is afkomstig van het Latijnse substantia ( = substantie, massa) en nigra ( = zwart). De substantia nigra is dus de zwarte kern van het middelste deel van de hersenen. Het behoort tot de basale kernen van het centrale zenuwstelsel. Met name bij de Ziekte van Parkinson werkt deze substantia nigra minder goed en er wordt dan minder dopamine geproduceerd.

Substantie P is een neurotransmitter, die betrokken is bij een aantal processen in het centrale zenuwstelsel. Substantie P is van belang in de regulering van angst, stress, neurotoxiciteit, misselijkheid e.d. Het speelt ook een rol bij de overdracht van pijnprikkels van de perifere zenuwen naar het centrale zenuwstelsel.

Superoxide is een vrij radicaal en is vrij giftig. Het wordt in ons lichaam gebruikt door het immuunsysteem om indringende ziekmakende micro-organismes te bestrijden. Omdat het oxiderend werkt, kan het destructief zijn voor onze cellen, voor de eiwitten in de cellen en voor ons DNA. Men vermoed dat het om die reden ook een rol speelt bij veroudering.

Survival mechanismen zijn psychologische, emotionele, fysiologische of gedragsmatige patronen die evolutionair ontwikkeld en versterkt worden vanwege hun bijdrage aan het overleven van het lichaam. Je zou ze kunnen begrijpen als software programma’s die opgeslagen liggen in ons DNA. Survival mechanismen worden geactiveerd wanneer er aan bepaalde typische omgevingsfactoren voldaan wordt. Survival mechanismen zijn ontwikkeld om om te kunnen gaan met dreiging en dienen zich aan wanneer die dreiging ervaren wordt door het lichaam. De dreiging kan reëel of irreëel zijn.

De term synaps is afkomstig van het Griekse sunapsis (= verbinding, raakpunt, snijpunt). De synaps is de overgangsplaats tussen zenuwen, waar informatie tussen zenuwen wordt doorgegeven. De synapsen raken elkaar niet aan, maar geven aan elkaar informatie door door middel van de productie van neurotransmitters. Dit zijn chemische stofjes die de synaps oversteken en zo informatie overbrengen.

De bloeddruk is de druk van het vloeistof in onze aderen. De systolische druk wordt ook wel de bovendruk genoemd. De term systolisch is afkomstig van het Griekse sustellein ( = samentrekken). De systolische bloeddruk is de bloeddruk die gemeten wordt in de aorta, bij het samentrekken van het hart. Samen met de diastolische bloeddruk geeft de systolische bloeddruk een beeld van de gemiddelde druk op onze aderen.

T3 is een schildklierhormoon dat een belangrijke rol speelt in de stofwisseling en in de ontwikkeling van ons zenuwstelsel. Het speelt ook een rol bij de omzetting, de verplaatsing en het afbreken van vet. Het heeft ook een invloed op bepaalde receptoren op onze cellen.

T4 is een prohormoon en wordt uitgescheiden door de schildklier. Het speelt een belangrijke rol in de stofwisseling en in de ontwikkeling van ons zenuwstelsel. Het speelt ook een rol bij de omzetting, de verplaatsing en het afbreken van vet.

Aritmie is afkomstig van het Griekse a- ( = niet, of ontkenning) en ruthmos ( = ritme). Het betekent dus niet-ritmisch. Aritmie is een hartritmestoornis waarbij het hart niet regelmatig klopt. Bij tachycardie gaat het hart te snel.

T-cellen zijn cellen die een taak vervullen in ons afweersysteem. Ze spelen dus een belangrijke rol in ons immuunsysteem tegen virussen en bacteriën.

De term telomeer is afkomstig van het Griekse telos- (= uiteinde) en meros (= deel). Een telomeer is daarom het uiteinde van een chromosoom. Telomeren bestaan ook uit DNA en zijn ingekapseld in beschermende eiwitten.

Het woord testosteron is afkomstig van de Latijnse woorden testis ( = teelbal), sterol en ketone ( = twee scheikundige verbindingen). Testosteron is het belangrijkste mannelijke geslachtshormoon. Tijdens de pubertijd stijgen de testosteronconcentraties in het bloed van jongens naar volwassen waarden. Bij vrouwen zijn deze waardes veel lager. Testosteron wordt bij mannen in de testikels en bij vrouwen in de ovaria ( = eierstokken) geproduceerd. Ernst Laqueur was een wetenschapper die als eerste testosteron kon halen uit stierentestikels. Dit gebeurde in 1935. Testosteron zorgt bij jongens voor de ontwikkeling van geslachtskenmerken als een zware stem, de lichaamsbeharing en de spiergroei. Ook zorgt testosteron voor de productie van sperma. Zelfs bij meisjes zorgt het voor de groei van schaamhaar in de pubertijd. Bij mannen wordt testosteron in verband gebracht met het verlies van hoofdhaar. Testosteron lijkt ook van belang te zijn voor de seksuele verlangens. Bij vrouwen zijn de seksuele verlangens het hoogst rond de eisprong, wanneer ook de testosteron niveaus op hun hoogst zijn.

Thyroglobuline is een soort eiwit dat wordt gemaakt in de schildklier. Het is een basisgrondstof voor TSH, T3 en T4.

De term tinnitus is afkomstig van het Latijnse tinnitus ( = gerinkel). We noemen tinnitus ook wel oorsuizen. Het kan samengaan met allerlei andere soorten geluiden, zoals fluiten, piepen en brommen. Het kan zich in één of beide oren voordoen. Vaak merken mensen hun tinnitus alleen op als ze in een stille omgeving zijn, zoals voor het slapengaan. Tinnitus kan veroorzaakt worden door tal van oorzaken. Enkele hiervan zijn geluidsschade (m.n. in de uitgaanswereld), emotionele spanningen, gehoorverlies en hoofdschade. Ook zijn er medicijnen die tinnitus kunnen veroorzaken, zoals statines. Ook een te hoge bloeddruk, diabetes en aderverkalking kunnen tinnitus veroorzaken.

TNF-remmers zijn een groep geneesmiddelen die de tumornecrosefactor remmen en zelfs blokkeren. Dit betekent dat zij de cytokines die verantwoordelijk zijn voor celdood (apoptose) of celoverleving kunnen beïnvloeden. Door dit blokkerende effect worden niet alleen de factoren bestreden die de ontstekingen veroorzaken (bv. bij Ziekte van Crohn of Collitis Ulcerosa) maar wordt ook ons afweersysteem bevochten. Hierdoor kunnen op andere vlakken in ons lichaam ziektes ontstaan.

Het totaal testosteron is al het testosteron dat zich in het lichaam bevindt. Dit is voor 95% gebonden aan eiwitten. De overige 5% is het actieve testosteron. Dit noemen wij het vrije testosteron.

Het woord toxicologie is afkomstig van het Griekse woord toxon ( = boog) en logos ( = leer). In de Griekse oudheid werd de punt van pijlen met gif besmeurd, om de jacht te vergemakkelijken. Vandaar dat het woord is afgeleid van het Griekse pijl en boog > toxon. De toxicologie is de leer van vergif of giftigheid. Het bestudeert de werking van giftige stoffen op biologische systemen. Het is een deelgebied van de biologie. Toxicologie is ook een deelgebied van de geneeskunde als het gaat over de invloed van vergif op mensen. Er bestaat een nauwe band met de farmacologie. De farmacologie is de geneesmiddelenleer.

Het woord toxines is afkomstig van het Griekse woord toxicon ( = boog). Dit zijn doorgaans giftige stoffen die een complexe organische verbinding hebben van biologische oorsprong. Er bestaan minerale, plantaardige, bacteriële en dierlijke toxines.

Het woord toxisch is afkomstig van het Griekse woord toxon ( = boog). In de Griekse oudheid werd de punt van pijlen met gif besmeurd, om de jacht te vergemakkelijken. Vandaar dat het woord is afgeleid van het Griekse pijl en boog > toxon. Het woord encephalitis is afkomstig van het Griekse woord en- ( = in) en kephale ( = hoofd). Encephalitis betekent dus “in het hoofd”. Toxische encephalitis is een ontsteking van het hersenweefsel die veroorzaakt wordt door toxische stoffen. De symptomen zijn misselijkheid, braken, beven, nekstijfheid, koorts, hoofdpijn maar ook verlamming en epilepsie. Bij de neurotoxische aandoeningen zoals ADD, ADHD, vormen van autisme en de Ziekte van Parkinson bevinden de hersenontstekingen zich op het diepere niveau van de cellulaire ontstekingen.

Een trigger is een mechanisme dat een proces in gang zet. Het woord is ontleend uit het Engels. Het wordt nu in het Nederlands zelfs gebruikt als werkwoord, in het gebruik van triggeren. Triggeren betekent dan iets in gang zetten, iets aanzwengelen. De term trigger kan ook gebruikt worden in de zin van de “druppel die de emmer deed overlopen.”

Triglyceriden lijken op cholesterol, maar zijn dit niet. Het zijn vetten die zich in het bloed bevinden. Het is het meest voorkomende vet in het bloed en wordt gebruikt om energie van te maken. Triglyceriden zijn ook nodig voor de aanmaak van cholesterol en voor de productie van vetweefsels in ons lichaam. Triglyceride haalt het lichaam uit voeding en ook de lever kan triglyceriden produceren. Hoewel ons lichaam triglyceriden nodig heeft, zijn te hoge triglyceride waardes in het bloed gevaarlijk omdat ze hart- en vaatziekten veroorzaken.

Thyreoïde stimulerend hormoon of TSH wordt gemaakt in de hypofyse. Het zorgt ervoor dat de schildklier de schildklierhormonen T4 en T3 produceert. Deze zijn belangrijk voor onze groei en ontwikkeling en spelen een rol in onze stofwisseling.

De twaalfvingerige darm of duodenum is het begin van de dunne darm en sluit zich via het maagportier aan op de maag. De rest van de dunne darm wordt gevormd door de nuchtere darm of het jejunum en de kronkeldarm. Deze sluiten zich aan op de twaalfvingerige darm. Deze darm dankt zijn naam aan zijn lengte van 20 tot 25 centimeter (ongeveer 12 duimbreedtes). De belangrijkste functie van de twaalfvingerige darm is het neutraliseren van de zuurtegraad van de voedselbrij die afkomstig is uit de maag. Deze is heel zuur en zou de andere darmen kunnen beschadigen. In de twaalfvingerige darm worden stoffen uit de alvleesklier en de galblaas toegevoegd. Uit de alvleesklier komt waterstofcarbonaat, een stof die de pH naar boven brengt en verteringsenzymen. Uit de galblaas komt gal die helpt de vetten af te breken. Een deel van de vertering begint in de twaalfvingerige darm.

Het woord vasculair is afkomstig van het Griekse vasco ( =aders). Het vasculaire systeem is dus het algehele systeem van onze aders.

Ons lichaam heeft een zuurtegraad. Deze wordt benoemd met een PH waarde. Te lage PH waardes veroorzaken klachten. Ons lichaam is dan te zuur. In ons hedendaagse voedingspatroon zijn veel verzurende voedingsmiddelen aanwezig. Ook kwaadaardige bacteriën en schimmels veroorzaken verzuring in ons lichaam.

De term telomeer is afkomstig van het Griekse telos- (= uiteinde) en meros (= deel). Een telomeer is daarom het uiteinde van een chromosoom. Telomeren bestaan uit DNA en zijn ingekapseld in beschermende eiwitten. Telomeren zijn verantwoordelijk voor een juiste vermenigvuldiging van cellen in ons lichaam. Als de telomeren te kort worden, loopt het DNA van de chromosomen schade op. De cel kan dan niet meer delen, verouderd en sterft af.

Vetzuren zijn organische verbindingen die te vinden zijn in vetten en in de fosfolipiden in de celmembranen. Belangrijke vetzuren zijn palmitinezuur, stearinezuur, oliezuur, linolzuur en arachidonzuur. Er bestaan verzadigde vetzuren, enkelvoudig onverzadigde vetzuren, meervoudig onverzadigde vetzuren, transvetzuren en essentiële vetzuren.

Vrije radicalen zijn heel kleine, heel actieve deeltjes. Ze kunnen ook heel veel schade aanrichten in ons lichaam. Vrije radicalen ontstaan bij alle gewenste en ongewenste oxidatieprocessen. Het ontstaan van vrije radicalen in ons lichaam kan een gevolg zijn van de normale celdeling, het afweersysteem en het ontgiftingssysteem. Vrije radicalen zou je kunnen zien als de as die vrijkomt bij de verbranding van hout, of het roest op ijzer, of de warmte die vrijkomt bij de verbranding van voedingsstoffen in ons lichaam. Het lichaam heeft echter genoeg aan het opruimen en verwijderen van de noodzakelijke vrije radicalen. Tegenwoordig komen er echter veel vrije radicalen in ons lichaam terecht vanuit het milieu door straling, luchtverontreiniging, synthetische toevoegingen aan voedsel, lichamelijke overbelasting, stress en zware metalen. Dit te veel aan vrije radicalen veroorzaakt cellulaire ontstekingen, ziekteprocessen en vroegtijdige veroudering.

Het totaal testosteron is al het testosteron dat zich in het lichaam bevindt. Dit is voor 95% gebonden aan eiwitten. De overige 5% is het actieve testosteron. Dit noemen wij het vrije testosteron.

Zelfstimulerend gedrag is gedrag dat gebaseerd is op zelfstimulatie. Het kan bedoeld zijn om stress kwijt te raken (met de handen wapperen, als een tol ronddraaien, wiegen etc.) maar kan ook bedoeld zijn om de productie van hormonen of neurotransmitters (zoals serotonine, dopamine, oxytocine) te bevorderen.

Gratis E-book voor een blakende gezondheid en meer energie!

In dit voedingsplan leg ik o.a. uit:

- Wat de  invloed is van voeding op onze cellen
- Wat het belang is van goede vetten
- Wat laaggradige ontstekingen zijn 

en nog veel meer....

Zet de eerste stap in het verbeteren of herstellen van je gezondheid en download het e-book!

Gelukt, Check je email we sturen het e-boek nu naar je toe!

Pin It on Pinterest

Share This
stel een vraag